Steun Abaja ba Kristo

Aanmelden nieuwsbrief


ANBI logo

Contact

Stichting vrienden van
Abaja ba Kristo

Bezoekadres:
Jan van Zutphenweg 4
3958 GE Amerongen

Postadres:
Jan van Zutphenweg 4
3958 GE Amerongen
Telefoon: (0343) 723780
Fax: (0343) 723782
E-mail: info@abaja-ba-kristo.nl

vlag-rwanda

De vlag
In 2002 verving Rwanda haar verticaal gestreepte rood-geel-groene vlag - met midden in het gele vlak de letter ‘R’ - door een horizontaal gestreepte blauw-geel-groene vlag, met rechtsboven, in het blauwe vlak, een zon.

Rwanda markeerde daarmee een afscheid van het verleden, waarin het land donkere dagen (zwart) met veel bloed vergieten (rood) had gekend. Het groen van de nieuwe vlag staat voor hoop en voor de kracht van het Rwandese volk. Geel is het symbool voor economische ontwikkeling en vooruitgang. Blauw betekent geluk en vrede. De transparante zon die zijn licht over iedereen uitstraalt verbeeldt eenheid.

Geschiedenis
Rwanda ligt in het hart van Afrika en wordt het land van de Duizend Heuvels genoemd. Hoewel schriftelijke bronnen over de geschiedenis tot halverwege de negentiende eeuw ontbreken, wordt doorgaans aangenomen dat de eerste bewoners van dit bergachtige gebied de Twa waren, pygmeeën, een volk van jagers. Ongeveer 700 na Christus vestigde zich nog een ander volk in dit gebied, de Bahutu, of Hutu’s. Als landbouwers ontgonnen zij aanzienlijke gebieden van wat thans Rwanda is. Drie eeuwen later begonnen zich de Batutsi in deze gebieden te vestigen. Tutsi’s waren veehouders en hadden veel ruimte nodig voor hun kuddes. Hoe het ook gegaan is, er ontstond een bevolking die één en de zelfde taal sprak en spreekt: het Kinyarwanda.

Gaandeweg groeiden er vanuit familieclans allerlei koninkrijkjes. Aan het hoofd van een koninkrijk stond de Mwami. Op den duur werd het koninkrijk waar enkele Tutsi-clans de dienst uitmaakten het belangrijkst. Toen de Europese mogendheden begonnen met de ‘ontdekking’ - gevolgd door de koloniale overheersing - van Afrika, troffen ze in het gebied van het huidige Rwanda een strak en hiërarchisch georganiseerde samenleving aan, onder leiding van koning Musinga, met Nyanza als bestuurscentrum. Vanaf 1894 vestigde Duitsland zijn gezag in het land. De Duitsers stichtten in 1908 de nieuwe hoofdstad Kigali als koloniaal bestuurscentrum. Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam België had gebied over en lijfde het in bij Belgisch Kongo. In 1924 kreeg deze inlijving een officieel karakter door erkenning door de Volkenbond. Rwanda werd zo een mandaatgebied van België.

Tijdens de Belgische overheersing verscherpte de tegenstelling tussen Hutu’s en Tutsi’s zich. De Tutsi-minderheid werd bevoordeeld bij de toewijzing van functies in het openbaar bestuur, in het onderwijs en in de kerk. De Belgen voerden een systeem van gedwongen akkerbouw in. Op 1 juli 1962 werd Rwanda onafhankelijk. Een jaar eerder was het koningschap al afgeschaft en zo werd het land een republiek. De eerste jaren van de jonge republiek kenmerkten zich door uitsluiting van Tutsi’s. Hun bevoorrechting onder de Belgen had veel kwaad bloed gezet. Honderdduizenden Tutsi’s vluchtten naar omringende landen. Onderlinge strijd tussen Hutu’s leidde in 1973 tot een staatsgreep van generaal Habyarimana. Hij probeerde meer evenwicht aan te brengen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, ondermeer door het handhaven van een quota-systeem, dat moest zorgen voor een evenwichtige verdeling van functies in het openbare leven. Hij handhaafde ook de door de Belgen ingevoerde regel dat op ieders identiteitskaart werd aangegeven of hij/zij Hutu, Tutsi of Twa was. Een maatregel die tijdens de genocide voor velen een fatale afloop had.


Het regime van Habyarimana zorgde in de jaren zeventig en tachtig voor relatieve rust. Toch waren er veel spanningen. In eigen land was er rivaliteit tussen Hutu’s onderling (Hutu’s uit het noorden tegenover Hutu’s uit het midden en zuiden) en van buiten de landsgrenzen was er toenemende druk van Tutsi’s die het land eerder waren ontvlucht en nu weer wilden terugkeren. Habyarimana voelde weinig voor terugkeer van de Tutsi’s. Rwanda was al overbevolkt en hij vreesde een toename van de spanning tussen Hutu’s en Tutsi’s. Een staatsgreep in Burundi (1976) had al een grote stroom Hutu-vluchtelingen naar Rwanda tot gevolg gehad. Tegen het eind van de jaren tachtig organiseerden de Tutsi vluchtelingen zich in het Rwandese Patriotic Front (RPF). In 1990 viel de RPF Rwanda binnen, maar Habyarimana wist de aanval met hulp van Franse en Belgische troepen af te slaan. Hij kon echter niet voorkomen dat een steeds groter gebied in het noordoosten van het land door de RPF werd bezet.


Onder druk van het Westen begon Habyarimana een democratiseringsproces. In 1990 werd een meerpartijenstelsel ingevoerd. Het land ging ondertussen gebukt onder guerrillageweld van de RPF en (regerings)geweld van Hutu’s tegen Tutsi’s. Besprekingen in Arusha tussen het RPF en de Rwandese regering leidden tot een overeenkomst – de akkoorden van Arusha – maar extreme Hutu’s verhinderden de implicatie hiervan. De moord in 1993 op de democratisch gekozen president van het buurland Burundi, Ndadaye, een Hutu, door Tutsi-militairen, had in Rwanda tot gevolg dat beide bevolkingsgroepen elkaar nog meer gingen wantrouwen. Het land kwam terecht in een spiraal van geweld. Op 6 april 1994 verloren Habyarimana en de president van Burundi het leven bij een aanslag op hun vliegtuig. Deze aanslag was het startschot voor de genocide, die tot midden juli duurde. Het geweld was vooral gericht tegen Tutsi’s, maar ook vele Hutu’s vonden de dood. De troepen van de RPF namen op 7 juli 1994 Kigali in.

Er werd een regering van nationale eenheid gevormd om de rust in Rwanda te herstellen, het land weer op te bouwen en om te proberen verzoening te bewerkstelligen. Vanaf 1969 was het Rwandese leger volop betrokken in de strijd in buurland Congo en waren er conflicten met Oeganda. Internationaal begon Rwanda zich meer te oriënteren op de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in plaats van op Frankrijk en België. Politiek was het een onrustige periode. Tussen 1994 en 2000 verlieten verscheidene ministers hun post.

In april 2000 werd Paul Kagame president. Zijn bewind heeft geleid tot meer veiligheid en rust in Rwanda, al klinkt er wel kritiek op de harde hand waarmee hij regeert. Onder het motto ‘We zijn allemaal Rwandezen’ streeft hij er naar om de etnische tegenstellingen in zijn land te neutraliseren.

Human Development Index
De Human Development Index (Index van Menselijke Ontwikkeling) is een lijst waarop ieder jaar wordt aangegeven wat het ontwikkelingsniveau van landen is. Deze lijst wordt samengesteld op basis van drie factoren: levensverwachting (leven mensen een lang en gezond leven?); opleidingsniveau (hoeveel volwassenen zijn alfabeet en hoeveel kinderen gaan naar school?) en levenstandaard (wat is de koopkracht afgemeten volgens de standaard van het eigen land?). Op deze lijst staat Rwanda op de 152e plaats (van de 182). Nederland staat op de 7e plaats.

Armoede
Het bruto nationaal product (per hoofd van de bevolking ) is $ 460. Ongeveer 60% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Dat betekent dat hun inkomen minder is dan €1,25 per dag. In de stad is er sprake van sterke economische groei. Het platteland blijft hierin sterk achter.

Bevolkingsdichtheid
Rwanda is met negen miljoen inwoners op een grondgebied van 28.000 vierkante kilometers het dichtstbevolkte land van Afrika. De jaarlijkse bevolkingsgroei bedraagt 2,8%. Rwanda heeft een erg jonge bevolking. Meer dan de helft van de Rwandezen is onder de 18. Ongeveer driekwart van de bevolking woont op het platteland.

Onderwijs
Op het gebied van onderwijs is er de laatste jaren veel winst geboekt. 95% van de kinderen gaat naar school. Iets meer dan de helft van de kinderen maakt de basisschool helemaal af. Vervolgens gaat ongeveer een op de vijf kinderen naar de middelbare school. 77% van de volwassen bevolking kan lezen en schrijven.

Gezondheid en voeding
De gemiddelde levensverwachting is 51 jaar. Ook qua gezondheidszorg gaat Rwanda vooruit. Al is er nog veel te bereiken. Een op de tien kinderen overlijdt voor het vijfde levensjaar. In 1990 ging het nog om twee op de tien kinderen. De kindersterfte voor jonge kinderen (onder de één jaar) bedraagt 70 op de 1000 (in 1990: 103). Van de kinderen onder de vijf jaar is 18% ondervoed, waarvan 4% ernstig ondervoed. 34% van de volwassenen heeft dagelijks een te lage calorie-inname.

Hiv en aids
2,9% van bevolking is besmet met hiv. Op het gebied van hiv- en aidsbestrijding volgt Rwanda een EABC-benadering ( Education – Abstinence - Be Faithfull – Condom use). Zowel het aantal nieuwe besmettingen met hiv als het aantal doden als gevolg van aids zijn afgenomen. De beschikbaarheid van hiv-remmende medicijnen is toegenomen.

Links naar websites met informatie over Rwanda

UNICEF
Wikipedia
Geolinks